Spionageschool Zorgvliet
Leestijd icoon Leestijd: 10 minuten
Deel 2: Een spannende zoektocht door binnen- en buitenlandse archieven
Los van het materiaal waarnaar historisch onderzoeker Frans Kluiters in zijn bronvermeldingen verwees, is er in andere bronnen veel informatie te vinden over het opleidingsprogramma en de spionageschool A-Schule West, die zich in en naast park Zorgvliet in Den Haag bevond.

Documenten van de Britse geheime diensten

Met name op de website van het Britse archief The National Archives zijn veel gedigitaliseerde dossiers van de Britse geheime diensten online te vinden en te downloaden. Zo zijn er op deze website honderden verhoordossiers van opgepakte spionnen en Duitse inlichtingenofficieren te vinden. Hieronder bevinden zich tientallen Personal Files van leerlingen en andere sleutelfiguren van de spionageschool A-Schule West.

Naarmate ik meer van deze dossiers ontdekte, bleek het bestuderen en handmatig overtypen van de relevante, minder relevante en mogelijk relevante tekstfragmenten in Word-bestanden zeer veel tijd te kosten. Tijdens een langdurige revalidatie na een gecompliceerde knie- en beenbreuk had ik die tijd gelukkig wel. Ook de daaropvolgende periode waarin veel mensen tijdens de coronapandemie verplicht thuis moesten blijven, hielp daarbij. Voor mij was er een zee van tijd voor het overtypen van deze teksten, wat noodzakelijk was om alle informatie over de school, het opleidingsprogramma, de betrokkenen en de uitzending van de opgeleide agenten daarna logisch te kunnen ordenen.

Het is fascinerend om te beseffen dat al deze bewaard gebleven informatie tegenwoordig vrij eenvoudig te vinden is, terwijl de Britse inlichtingendiensten diezelfde informatie destijds moeizaam moesten verzamelen. Die kwam pas stap na stap beschikbaar, na de arrestatie en verhoren van de eerste op de spionageschool in Den Haag opgeleide geheimagenten. Met elke nieuwe ‘Zorgvliet-agent’ die werd opgepakt, kwamen de school en het opleidingsprogramma beter in beeld.

De eerste gevangengenomen agent van A-Schule West

De eerste agent werd op 22 januari 1944 in Italië gevangengenomen nadat hij de frontlijn had doorkruist om een spionagemissie uit te voeren. Uit de eerste verhoren door inlichtingenofficieren van de Field Security Sections bleek dat hij een Italiaan was die een sabotageopleiding had gevolgd bij de Sicherheitsdienst in Den Haag. Zowel MI5 (contraspionage) als MI6 (spionage) waren geïnteresseerd in deze tot dan toe nog onbekende activiteiten van de Sicherheitsdienst. Voorheen hield alleen de Duitse militaire inlichtingendienst, de Abwehr, zich bezig met training en inzet van agenten voor sabotageacties.

De oorlog was op dat moment in volle gang en de Britse autoriteiten moesten zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen over de omvang en aard van elke dreiging. Daarom werd de Italiaanse agent een maand later naar het Verenigd Koninkrijk overgebracht, waar hij in een speciaal ondervragingscentrum van MI5 in Londen werd verhoord, zodat de Britten meer inzicht konden krijgen in de opleiding aan de school in Den Haag. Er moest worden achterhaald welke sabotagemethoden daar aan vijandelijke agenten werden aangeleerd voor gebruik tijdens hun inzet. Bovendien moest duidelijk worden welke leidende rol de Sicherheitsdienst als tot dan toe relatief minder prominente inlichtingendienst hierin precies speelde.

Geheim ondervragingscentrum Camp 020

Het ondervragingscentrum, dat bekend stond onder de naam Camp 020, werd in de zomer van 1940 ingericht in Latchmere House, een groot landhuis met bijbehorende gronden in een buitenwijk van West-Londen. In het boek Camp 020: MI5 and the Nazi Spies (Hoare, ed., 2001) worden de geschiedenis van het ondervragingskamp en een aantal van de meest bijzondere gevangenen die hier verbleven uitgebreid beschreven. Het kamp was speciaal bedoeld voor het vasthouden en ondervragen van Britse staatsgevaarlijke onderdanen en vijandelijke agenten die niet konden worden geclassificeerd als krijgsgevangenen. Camp 020 was geen krijgsgevangenenkamp, waardoor de behandeling van gevangenen niet onder de Conventie van Genève viel. Ook was het bestaan ervan niet gemeld aan het Rode Kruis, om inspecties en andere bemoeienis van deze humanitaire organisatie te voorkomen.

Bij de selectie van het ondervragingspersoneel werd vooral gekeken naar leeftijd en levenservaring. De meesten hadden veel van de wereld gezien en spraken meerdere talen, waardoor verhoren konden worden afgenomen in het Duits, Frans, Italiaans, Nederlands en Noors. Commandant van Camp 020 was luitenant-kolonel Stevens, die vanwege het dragen van een monocle bekendstond als ‘Tin Eye’. Door zijn autoritaire houding en uitgesproken afkeer van personen die voor de vijand hadden gewerkt, genoot hij onder gevangenen een angstaanjagende reputatie. Het belangrijkste doel van luitenant-kolonel Stephens en zijn staf was het vaststellen van de schuld van de in Camp 020 vastgehouden gevangenen en daarnaast het verzamelen van zoveel mogelijk waardevolle informatie over de bedoelingen van de vijand. In het geval van de in Italië gearresteerde agent en andere later in Camp 020 voor ondervraging ondergebrachte agenten die opgeleid waren op de spionageschool in Den Haag, lag de nadruk op het verkrijgen van informatie over hun opleiding, inzet en het nog onbekende Duitse sabotageprogramma.

Gestapo en Britse ondervragers: overeenkomsten en verschillen

Op basis van mijn onderzoek zijn zowel overeenkomsten als verschillen vast te stellen tussen de verhoormethoden en het doel daarvan die de Britten in Camp 020 toepasten en de methoden van de Gestapo zoals die na de oorlog door Schreieder zijn beschreven. Ook zijn doel was om uit verhoren van gevangengenomen agenten uit het Englandspiel zoveel mogelijk informatie te verkrijgen over hun training en missies. Deze informatie werd binnen het onderdeel van de Sicherheitsdienst dat zich bezighield met buitenlandse inlichtingen, Amt VI, gebruikt voor de ontwikkeling van een eigen opleidingsprogramma voor spionage en sabotage, precies het programma waarover de Britten van hun kant weer zoveel mogelijk gegevens over wilden verzamelen.

Net als Gestapo-leider Schreieder coördineerde de commandant van het Britse verhoorkamp de ondervragingsteams en nam hij zelf ook actief deel aan verhoren. Hij en veel van zijn stafleden waren inlichtingenofficieren afkomstig uit MI5 en behoorden tot het zogeheten ‘old boys network’. Als leden van de hogere klassen hadden zij kostscholen bezocht die gericht waren op de vorming van toekomstige officieren en bestuurders van het Britse Rijk. Van jongs af aan waren zij doordrongen van het idee van de grootsheid van het Britse Imperium en van hun plicht om dit rijk te dienen en bijeen te houden. Vanuit ideeën over blanke en christelijke superioriteit geloofden zij in de invloed van Groot-Brittannië en zijn koloniën op de beschaving. De Duitse verhoorders van de Gestapo waren daarentegen vaak academisch geschoolde juristen, criminologen en uiterst ervaren politierechercheurs. Velen van hen waren in meer of mindere mate overtuigd nationaalsocialisten, die geloofden in de superioriteit van het Duitse volk en in de eindoverwinning van het Groot-Duitse Rijk.

Britse verhoormethoden

Na aankomst in Camp 020 werd de gevangene onderworpen aan een vaste procedure. Tijdens een eerste verhoor moest hij gaan staan voor een aantal ondervragers achter een tafel, in een opstelling die deed denken aan een tribunaal van een militaire rechtbank. De Italiaanse agent bevond zich in Camp 020 op Britse bodem en zou als vijandelijk element onder gezag van het Britse Koninkrijk worden behandeld. Nadat hem duidelijk gemaakt was in welke benarde situatie hij zich bevond, verklaarde hij bereid te zijn alle informatie te geven waarover hij beschikte.

Wanneer een gevangene ook maar overwoog nog in de positie te zijn om tijdens vervolgverhoren informatie achter te houden of foutieve informatie te geven, dan was hij nog stééds in Duitse dienst. De gevangene moest inzien dat dergelijk gedrag volgens de regels van de Britse autoriteiten de ernstigste gevolgen kon hebben. Er restte weinig anders dan alles naar waarheid te vertellen. Deden zij dat niet, of wanneer de ondervragers via andere kanalen afwijkende informatie vernamen, dan zwaaide er wat.

De meest effectieve verhoortechniek die de Britten gebruikten, was het dreigen met executie. Wanneer een gevangene op grond van de Britse Treachery Act 1940 wegens spionage werd veroordeeld, kon de straf de doodstraf zijn. Van de honderden vijandelijke elementen die Camp 020 hadden gepasseerd en daarna werden berecht en veroordeeld, werden er uiteindelijk veertien daadwerkelijk als spion geëxecuteerd. Van de op de spionageschool in Den Haag opgeleide agenten die na arrestatie in Camp 020 terecht kwamen, heb ik in andere archieven, met name die in Nederland, het verdere lot van deze agenten kunnen achterhalen.

Martelpraktijken?

In het Britse Nationaal Archief zijn ook dossiers te vinden van Zorgvliet- agenten die na arrestatie niet in Camp 020 terechtkwamen. Met name de agenten die in het Midden-Oosten werden opgepakt, kwamen daar terecht in lokale verhoorcentra. Ondervragingen door geallieerde inlichtingenofficieren konden in die centra kennelijk wel eens ‘chaotisch verlopen, voordat nieuwe overeenstemming werd bereikt’.

Of er in Camp 020 martelpraktijken plaatsvonden, is nooit bewezen. Volgens kampcommandant Stevens gold als eerste en onbreekbare regel dat fysiek geweld onder geen beding mocht worden gebruikt. Deze geweldloze aanpak kwam niet voort uit een gevoel van medemenselijkheid. Stevens legde uit dat er een puur functionele reden was om af te zien van ruw optreden:

‘Violence is taboo, for not only does it produce answers to please, but it lowers the standard of information.’

Marteling leverde weinig waardevolle informatie op. Gestapo-leider Schreieder liet zich na de oorlog in soortgelijke bewoordingen uit over zijn eigen verhoormethodes. Zowel Schreieder als Stevens waren bovendien van mening dat wrede verhoortactieken weinig effectief waren wanneer men een agent wilde bewegen tot samenwerking.

De eerste verhoorrapporten

De Italiaanse agent in Camp 020 werkte, naar het leek, probleemloos mee en werd gedurende enkele weken intensief ondervraagd. Verhoorrapporten met belangrijke informatie werden regelmatig doorgestuurd naar de bureaus van relevante secties van de militaire inlichtingendiensten in Londen. Daar werd de informatie vaak aangevuld met informatie uit andere bronnen en geanalyseerd. Op basis hiervan werden soms vervolgvragen teruggestuurd of volgden terugkoppelingen met aanvullende informatie die op geheimzinnige wijze door MI6 was verkregen. In het boek over de spionageschool beschrijf ik welke andere bronnen dit waren en hoe die werden gebruikt tijdens de verhoren van in Camp 020 verblijvende Zorgvliet-agenten en de latere opsporing van andere agenten en bij de school betrokken personen.
Een felgeel document, aangeduid als ‘Yellow Peril’
Foto 02: Een felgeel document, aangeduid als ‘Yellow Peril’
Bron: The National Archives, Kew


Veel verhoordossiers van Camp 020 bevatten zogenaamde ‘Yellow Perils’ (YP’s). Dit waren belangrijke aanvullingen en samenvattingen op opvallend kanariegeel papier (inmiddels vaak verbruind), die tussen de overige documenten in het dossier opvielen. Daardoor vormden deze YP’s een handig hulpmiddel om snel inzicht te krijgen in het verloop van een ondervragingszaak.

De YP’s werden vaak door de kampcommandant zelf opgesteld, waarbij hij hier en daar zijn eigen mening aan de rapporten toevoegde en zich soms zelfs bemoeide met zaken die hem niet aangingen, of met vlijmscherp geformuleerde oordelen de positie van een rechter innam.











Lijsten van leerlingen, personeelsleden en andere belangrijke personen van de school, voorzien van signalementen, schuilnamen en waar mogelijk ook echte namen, werden voortdurend aangevuld. Hier en daar werd verwezen naar Personal Files van andere gearresteerde agenten. Niet al deze dossiers zijn in het online register van The National Archives te vinden, omdat ze niet zijn overgedragen of mogelijk zijn vernietigd. Andere dossiers zijn wel terug te vinden in het register van het Britse archief, maar zijn nog niet gedigitaliseerd en dus niet online te downloaden. Daardoor heb ik enkele reizen naar het archief in Kew, vlakbij Londen, gemaakt om de niet-gedigitaliseerde dossiers te fotograferen en vervolgens thuis alle relevante informatie over te typen. Op basis van al deze in Word-bestanden ingevoerde informatie kan worden vastgesteld in welke volgorde de aan A-Schule West opgeleide agenten werden gearresteerd.

Stadsplattegrond waarop de locatie van de spionageschool foutief is aangegeven
Foto 03: stadsplattegrond waarop de locatie van de spionageschool foutief is aangegeven
Bron: The National Archives, Kew


Met een vulpen werd op de kaart een pijl aangebracht om aan te geven waar de school zich tussen Den Haag en Scheveningen bevond. Tijdens zijn uitgebreide ondervraging in Camp 020 gaf de Italiaanse agent op een kaart van Den Haag de locatie van de school aan. Als onderdeel van zijn opleiding had hij op de school autorijles gekregen en rondgereden op de wegen buiten het schoolterrein. Daardoor wist hij nauwkeurig aan te geven waar de school volgens hem lag: richting de kust, tussen de Scheveningseweg en twee andere straten. In werkelijkheid bevond de school zich aan de overzijde van de weg, ongeveer een halve kilometer zuidelijker.

Vanaf februari 1944 werden in Camp 020 de eerste op de school opgeleide agenten na hun arrestatie verhoord, maar de exacte locatie van de school bleef onbekend, totdat maanden later nog meer opgepakte agenten konden worden verhoord.






De eerste ‘Zorgvliet-agent’ die in Camp 020 terechtkwam, bleek niet de Italiaanse agent te zijn die daar op 23 februari 1944 werd geplaatst. Elf dagen eerder was in het verhoorkamp al een in Londen gearresteerde Nederlander gearriveerd die ook de spionageschool in Den Haag had bezocht, waar hij een korte opleiding in radiotelegrafie en codering had gevolgd. Zonder dat de verhoorders van Camp 020 zich daarvan bewust waren, was de Nederlander op dezelfde school als de Italiaan opgeleid. Dat werd pas maanden later duidelijk.

De gevangen spion als wapen tegen de vijand

De geallieerde inlichtingendiensten beseften dat spionnen, eenmaal ‘gebroken’, konden worden ‘omgedraaid’ en mogelijk als dubbelagenten konden worden ingezet om valse informatie te verspreiden. Hopelijk zou de vijand daardoor worden misleid en zijn militaire plannen of tactiek wijzigen. Het hoogste doel, tot aan D-Day op 6 juni 1944, was het in verwarring brengen van de Duitsers over de plaats of plaatsen waar de geallieerden hun landingen op het continent zouden uitvoeren.

Juist de Nederlandse gevangene in Camp 020 leek hiervoor uitermate geschikt. Hij bleek een topspion te zijn: al enkele jaren was hij in Nederland en daarbuiten actief voor zowel de Sicherheitsdienst als de contraspionagedienst van Schreieder, en daarna was hij zelfs rechtstreeks in dienst gekomen van Amt VI in Berlijn. Een van de opdrachten die hij vlak voor zijn laatste buitenlandse reis van zijn Duitse meesters had meegekregen, was het inwinnen van inlichtingen over de naderende geallieerde invasie. Na zijn ontmaskering bleek hij in het bezit te zijn van Duitstalige papieren met uitgebreide zendinstructies. De coderingswijze, de radiofrequenties en de afgesproken tijden waarop contact met het Duitse radiostation moest worden opgenomen, kwamen daarmee in handen van de Nederlandse en Britse inlichtingendiensten.

De vraag rees bij mij of de kans is benut om, net zoals de Duitsers hun Englandspiel hadden, een eigen ‘Spiel’ te beginnen. Niet zozeer met de Nederlander zelf, maar met zijn zendinstructies en geheime codes kon radiocontact worden gelegd met de Duitsers, terwijl men zich voordeed als de Nederlandse agent. Dossiers in het Britse nationaal archief geven hierover geen uitsluitsel. Mogelijk heeft de Nederlandse inlichtingendienst in Londen op eigen houtje geprobeerd een radioverbinding met de vijand op te bouwen. Zoals het Engelse spreekwoord immers luidt: The proof of the pudding is in the eating.

In Nederlandstalige documenten zijn enkele vage aanwijzingen te vinden die deze wensgedachte zouden kunnen ondersteunen, maar die leiden al snel tot aannames. Bewijs is er gewoon niet. Het verhaal over de geschiedenis van de spionageschool moet op feiten en controleerbare bronnen berusten. Ook zonder aannames, overdrijvingen of sensatie bevatten de dossiers over deze Nederlandse, aan A-Schule West opgeleide spion genoeg waardevol onderzoeksmateriaal om een spannend hoofdstuk aan het boek over de spionageschool toe te voegen.

Amerikaans archiefmateriaal en een onverwachte vondst

Ook vrijgegeven archieven van de Amerikaanse inlichtingendiensten zijn online te doorzoeken via de CIA Reading Room en de National Archives and Records Administration (NARA). Hier zijn met name uitgebreide studies te vinden over de opbouw en organisatie van de verschillende Duitse inlichtingendiensten van het Reichssicherheitshauptamt (RSHA). De Sicherheitspolizei (Gestapo en Kripo) en de Sicherheitsdienst (de binnen- en buitenlandse inlichtingendienst) vulden elkaar aan en werkten nauw samen, maar zaten elkaar ook vaak dwars. Deze interne rivaliteit wordt zichtbaar in de Britse verhoorverslagen van de Nederlandse gevangene in Camp 020: hij moest zijn spionageopdrachten uitvoeren in dienst van zowel de Sicherheitsdienst als de contraspionagedienst van Gestapo-chef Schreieder, schipperend tussen hun tegengestelde belangen.

In een verhoordossier van de Amerikaanse militaire contra-inlichtingendienst kwam ik, terwijl mijn focus op andere onderwerpen gericht was, toch nog een verwijzing tegen naar de in Camp 020 verhoorde Nederlandse topspion. De Duitse inlichtingenofficier, die op het hoofdbureau van Amt VI in Berlijn belast was met het werkgebied België en Nederland, verklaarde dat er nooit meer iets van de betreffende Nederlander was vernomen, ‘na verschillende vreemde radioberichten’.

Deel 3: Typfouten, droge inktlinten en slecht leesbare carbondoorslagen
© juli 2026 W. Lagas

Auteursrechtelijke informatie: Deze website biedt een steeds groeiende bron van informatie over de fascinerende geschiedenis van de Duitse spionage- en sabotageschool Zorgvliet, ook bekend als A-Schule West of Seehof. De inhoud van de site wordt regelmatig aangevuld en vernieuwd.

Al meer dan zeven jaar doe ik onderzoek naar de opleiding van de Duitse geheime dienst die zich in 1943 en 1944 in en naast het park Zorgvliet in Den Haag bevond. Op basis van archiefbronnen uit onder andere het Nationaal Archief in Den Haag, The United Kingdom National Archives in Kew en diverse Duitse archieven wordt in het boek een zo nauwkeurig en betrouwbaar mogelijke reconstructie gegeven van de opleiding en de missies waarin de leerlingen werden ingezet.

Wil je mijn onderzoek naar Spionageschool Zorgvliet blijven volgen? Kijk dan regelmatig op deze website en volg me op LinkedIn en op de Facebook-pagina Spionageschool Zorgvliet voor de laatste updates.
E-mail: w.lagas@spionageschool-zorgvliet.nl
Historisch onderzoek naar spionageschool Zorgvliet, ook bekend als A-Schule West of Seehof